Risico op oververhitting beperken: GTO- en koellastberekening in de juiste volgorde
Introductie
Nieuwbouwwoningen worden steeds beter geïsoleerd, maar houden daardoor ook meer warmte vast in de zomer. Daarnaast wordt er steeds meer glas gebruikt en worden de zomers steeds warmer. Woningen lopen hierdoor het risico op oververhitting. Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een nieuwbouwwoning moet vastgesteld worden of dat risico voldoende beperkt is door bijvoorbeeld actieve koeling of zonwering. Verschillende berekeningen kunnen vaststellen of een ontwerp voldoet aan de eisen voor oververhitting.
Hoe is het risico op oververhitting opgenomen in de BENG eisen?
Sinds 2021 zijn verschillende eisen gesteld aan nieuwbouwwoningen met oog op de energieprestatie: BENG 1 tot en met 3. Daarnaast is de TO juli eis specifiek ingezet voor nieuwbouwwoningen. Deze TO juli eis toetst de oververhitting van een nieuwbouwwoning en heeft een bovengrens van 1,20. Zodra de grens wordt overschreden, voldoet de woning niet meer aan de BENG eisen. Deze berekening is echter conservatief en neemt niet alle invloedsfactoren mee. Zo betekent een groot percentage glas vaak dat de eis van 1,20 wordt overschreden. In de oude berekening betekende dit simpelweg dat er actieve koeling moest worden toegevoegd om te voldoen aan de eisen.
Sinds 2024 zijn de eisen omtrent risico’s op oververhitting aangescherpt, en is slechts actieve koeling niet meer genoeg. Nu moet minimaal 95% van het glasoppervlak voorzien zijn van zonwerende maatregelen, of het totale percentage glas moet onder de 20% worden gebracht om wél te voldoen. Dit is bij de moderne woningen van tegenwoordig vaak niet gewenst. Daarom worden er nu vaak berekeningen gebruikt om de oververhitting te toetsen die dynamischer zijn: de GTO- en koellastberekening.
Hoe wordt oververhitting getoetst met de GTO- en koellastberekening?
Als een nieuwbouwwoning in eerste instantie niet voldoet aan de TO juli eis van 1,20, kan een GTO-berekening worden uitgevoerd. Deze berekening houdt rekening met het weer, de schaduw van overstekken en de zonnestand over het hele jaar. Hierbij is een bovengrens van 450 overschrijdingsuren per jaar gesteld. Deze eis geeft veel meer vrijheid in het ontwerp, omdat eventuele zonwering alleen op de kritieke ramen van een huis geplaatst hoeft te worden. Naast de GTO-berekening kan de koellastberekening de oververhitting toetsen. Hierbij wordt het benodigde koelvermogen per ruimte bepaald op basis van factoren zoals buitentemperatuur, zoninstraling, interne warmtelasten en ventilatie. Deze berekening is echter een stuk minder dynamisch dan de GTO-berekening, omdat de waarden worden bepaald met rekenfactoren in plaats van te rekenen per uur. Desalniettemin wordt deze berekening gebruikt om de dimensies van het koelsysteem te bepalen. De standaard forfaitaire koelcapaciteit van het afgiftesysteem in nieuwbouwwoningen (vaak vloerkoeling) is 25 W/m2. Is de koellast groter dan dat, moeten er bijvoorbeeld extra convectoren geplaatst worden om over voldoende koelcapaciteit te beschikken. Op deze manier wordt berekend dat de koelcapaciteit voldoende is om oververhitting te voorkomen.
Hoe wordt de GTO-berekening toegepast in de praktijk?
In de praktijk is de toepassing van de GTO-methode direct terug te zien in de BENG-berekening. Wanneer de forfaitaire TOjuli de maximale grenswaarde van 1,20 overschrijdt, geeft de software direct de melding dat het ontwerp ‘niet voldoet’ aan het risico op oververhitting. Dit is te zien in figuur 1, waar een score van 2,87 uitkomt. In figuur 2 is te zien dat de resultaten van een GTO-berekening zijn ingevoerd in de software. De software neemt die berekening over, waardoor de status van het risico op oververhitting verandert naar ‘voldoet’.
Figuur 1: Een overschrijding van de TOjuli-eis leidt in eerste instantie tot de melding ‘voldoet niet’.

Figuur 2: Na het succesvol koppelen van een GTO-berekening voldoet de woning alsnog aan de gestelde eisen.
Conclusie
Om het risico op oververhitting in nieuwbouwwoningen te beperken, wordt dus gebruikgemaakt van de TO juli eis van 1,20. Om deze eis te waarborgen zonder extreme ontwerpkeuzes, kan een GTO-berekening worden uitgevoerd. Deze dynamische berekening baseert keuzes niet slechts op piekdagen, maar heeft een dynamische aanpak. Zo kan bijvoorbeeld worden bepaald waar zonwering geplaatst moet worden om het risico op oververhitting écht te beperken. De koellastberekening kan vervolgens gebruikt worden om een koelsysteem te dimensioneren dat de overige koellast op kan vangen. Met deze verschillende berekeningen kan HBA een passend advies geven per ontwerp en kunnen de BENG eisen op een realistische en efficiënte wijze worden gewaarborgd.

