Welke methodes zijn er voor een bezonningsstudie?
In dit artikel bespreken we:
Introductie
In dit artikel bespreken we de verschillende opties die er zijn omtrent bezonning simulaties. Bij een nieuwbouwwoning, aanbouw of verbouwing is het zonlicht een belangrijk onderdeel van het ontwerp. Zowel voor het wooncomfort als voor de vergunningen en regelgeving. Er bestaan verschillende methodes om schaduwvorming en bezonning te bepalen, elke methode heeft een ander doel en toepassingsgebied.
Zoekt u informatie specifiek over de zon in uw tuin, dan kunt u dit artikel of deze pagina bekijken.
Schaduwberekening
Een schaduwberekening laat zien welke slagschaduw een gebouw veroorzaakt op de omgeving. Bij deze berekening wordt er gekeken naar hoe de schaduw zich verplaatst gedurende de dag en in verschillende seizoenen. Gemeenten gebruiken bijvoorbeeld vaak schaduwstudies om te kijken of omliggende woningen niet te veel zonlicht zullen verliezen door nieuwe projecten, meer informatie daarover vindt u hier. Met deze berekening wordt de exacte hoeveelheid schaduw gemeten op een meetpunt (bijvoorbeeld aan een kozijn, gevel of tuin). De resultaten worden weergegeven in een rapportage, met een analyserend onderzoek en een conclusie. Er worden hierbij twee waardes gepresenteerd:
- De percentuele (%) toename in schaduw t.o.v. het gehele meetpunt.
- Het verschil in schaduw tussen de nieuwe en oude situatie in vierkante meters.
De berekening gebruikt twee situaties om de waarden goed te vergelijken. Dit wordt gedaan door de nieuwe (in het geval van een verbouwing/uitbouw) en de bestaande situatie naast elkaar te zetten.
Een voorbeeld van het resultaat is te zien in afbeelding 1, hierin is de nieuwe en de bestaande situatie te zien.
Afbeelding 1: meetpunt op terras voor de schaduwberekening

Afbeelding 2: voorbeeld van een schaduwberekening
Bezonningsonderzoek
Bij een bezonningsonderzoek wordt onderzocht hoeveel zonuren een gevel, tuin of woning daadwerkelijk ontvangen. De nadruk ligt dus niet alleen op de schaduw maar op de werkelijke bezonningsduur. Voor dit onderzoek maakt het niet uit wanneer in het jaar dit getoetst wordt. Dit type onderzoek wordt vaak ingezet wanneer omwonenden zich zorgen maken om grote nieuwbouwprojecten in hun omgeving. Er wordt dan gekeken naar de verandering in zonuren voor de omwonenden. Meer informatie over daglicht kan hier gevonden worden.
Haagse TNO-norm
De Haagse TNO-norm wordt veel gebruikt als richtlijn voor de bezonning van woningen, deze norm wijkt wat af van de lichte TNO-norm. Volgens deze norm moet een woning gedurende de periode van 19 februari tot en met 21 oktober minimaal 2 uur zon per dag kunnen ontvangen.In tegenstelling tot de landelijke TNO-norm, kijkt de Haagse norm naar de bezonning van de gevels in zijn geheel. De precieze positie van de ramen is hierbij niet maatgevend. Meetpunt op 0,75 meter hoogte in het midden van de gevel van de onderste woonlaag, een voorbeeld hiervan is te zien in afbeelding 5. Veel gemeenten hanteren tegenwoordig deze norm als minimale eis bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Lichte TNO-norm
De lichte TNO-norm is een iets minder strenge variant van de strenge TNO-norm. Hierbij geldt ook een minimale bezonning van 2 uur per dag in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober, maar er zijn wat soepelere beoordelingscriteria:
- Het is geen vereiste dat de bezonning aansluitend aan elkaar plaatsvindt. Er kan dus ‘s ochtends 1 uur zon zijn en ‘s middags ook 1 uur.
- Het meetpunt bevindt zich niet op 0,75 meter hoogte vanaf de grond, maar in het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam. Het verschil met de Haagse norm is te zien in afbeelding 3 en 4.
Gemeenten kunnen zelf bepalen welke norm ze hanteren. Meer informatie over de Haagse en lichte TNO-norm kunt u hier vinden.
Afbeelding 3: verschil in meetpunt tussen de Haagse en lichte TNO-norm.
Afbeelding 4: voorbeeld meetpunten Lichte en Strenge TNO Norm:
Afbeelding 5: voorbeeld meetpunten Haagse Norm:
Strenge TNO-norm
De strenge TNO-norm is de meest veeleisende norm van de drie. Deze norm stelt de hoogste eisen aan de hoeveelheid zoninstraling die een woning moet ontvangen. Volgens de strenge TNO-norm moet een woning in de periode van 21 januari tot en met 22 november minimaal 3 uur directe bezonning per dag kunnen ontvangen. Hierbij gelden wel de volgende aanvullingen:
- Het is geen vereiste dat de bezonning aansluitend plaatsvindt.
- Het meetpunt is in het midden van de vensterbank, aan de binnenkant van het raam.
Zon in de tuin
Een simulatie over zon in de tuin is vooral bedoeld om schaduwval visueel zichtbaar te maken. Hierbij modelleren we het nieuwbouwproject in onze 3D software. Vervolgens maken we hier een simulatie van, zodat het visueel duidelijk zichtbaar is hoe de lichtinval in een bepaalde ruimte komt. In totaal krijg je dus 4 video’s, gebaseerd op 4 verschillende data met 1 variant. Alle video’s zijn een overzicht van een bepaalde dag, u bent vrij om de datum te kiezen. Deze methode is minder technisch maar wel zeer begrijpelijk voor bewoners en/of opdrachtgevers. Deze methode is geschikt wanneer:
- U een visueel beeld wilt van de schaduwval.
- U verschillende ontwerpen wilt vergelijken.
Conclusie
Er zijn verschillende manieren om bezonning en schaduwvorming inzichtelijk te maken. Welke methode het meest geschikt is, hangt af van het doel van het project.
Bij een omgevingsvergunning wordt doorgaans een toetsing aan de Haagse TNO-norm, lichte TNO-norm of strenge TNO-norm uitgevoerd, afhankelijk van de eisen van de betreffende gemeente. Hiermee wordt objectief beoordeeld of omliggende woningen voldoende bezonning behouden.
Wanneer het vooral belangrijk is om de invloed van een bouwplan op de omgeving inzichtelijk te maken, is een bezonningsonderzoek een geschikte keuze. Deze onderzoeken laten duidelijk zien hoe de zon- en schaduwval verandert gedurende de dag en zijn daardoor goed bruikbaar voor communicatie met omwonenden, opdrachtgevers en gemeenten.
Bij een bezwaarschrift of juridische procedure biedt een schaduwberekening vaak de meeste toegevoegde waarde. Hierbij wordt niet alleen de schaduw visueel weergegeven, maar ook gekwantificeerd hoeveel extra schaduw ontstaat ten opzichte van de bestaande situatie. Hierdoor kan de daadwerkelijke invloed van een bouwplan objectief worden onderbouwd.
Voor bewoners en opdrachtgevers kan daarnaast een bezonning simulatie veel duidelijkheid geven, omdat de lichtinval visueel wordt weergegeven. Dit maakt het eenvoudiger om verschillende ontwerpvarianten met elkaar te vergelijken en keuzes beter te onderbouwen, daarnaast kunnen diverse onderzoeken ook gecombineerd worden.
Door in een vroeg stadium de juiste berekening of simulatie uit te voeren, vergroot het inzicht in het wooncomfort, de haalbaarheid van het ontwerp en mogelijke aandachtspunten richting vergunning of beoordeling door de gemeente. Handel Bouw Advies kan hierbij ondersteunen met een passende berekening, simulatie of advies op maat.




