Bbl en EU Wetswijzigingen van 2026
Introductie
De komende jaren staan belangrijke veranderingen te wachten voor de bouw- en vastgoedsector door de gefaseerde implementatie van de nieuwe Europese EPBD-IV-richtlijn. Hierdoor zullen verschillende wijzigingen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) worden doorgevoerd. Waar voorheen de nadruk lag op energieprestaties, verschuift de focus nu naar emissiereductie en een bredere benadering van duurzaamheid. In dit artikel worden de belangrijkste veranderingen besproken die vanaf 2026 in werking treden, van de nieuwe NTA 8800 bepalingsmethode tot de aangescherpte Bbl-eisen rondom infrastructuur en het energielabel.
Nieuwe eisen en bepalingsmethoden
Per 29 mei 2026 is de NTA 8800:2025 aangestuurd voor het bepalen van de energieprestatie indicatoren van gebouwen (BENG). Verschillende inhoudelijke wijzigingen zullen worden doorgevoerd als gevolg van de herziene bepalingsmethode.
Allereerst zal er meer inzicht in de operationele CO2-emissie komen waarbij een nieuw energielabel ‘A0’ wordt toegevoegd. Een gebouw krijgt energielabel A0 wanneer deze voldoet aan vier voorwaarden. De energiebehoefte is laag, het primaire fossiele energiegebruik is laag, het gebruikt voldoende hernieuwbare energie en er worden geen fossiele brandstoffen op het eigen terrein gebruikt. De ‘Zero Emission Building’ (ZEB) indicator zal worden toegevoegd en zal officieel intreden vanaf 2030. Deze zal de huidige BENG indicator vervangen.
Daarnaast wordt energieopslag zoals thuisbatterijen in methodiek beter meegewogen, evenals de rol van Gebouw Automatiserings- en Controle Systemen (GACS) in de utiliteitsbouw. Verder worden de warmtegeleidingscoëfficienten voor biobased materialen naar beneden bijgesteld. Als laatste zijn in de Omgevingsregeling nieuwe versies (2025) aangestuurd voor BRL 9500-U, BRL 9500-W en BRL 9501.
Aangescherpte laad- en parkeerinfrastructuur
De eisen ten aanzien van laadpunten en leidingdoorvoeren voor elektrische voertuigen worden aangescherpt. In het Bbl gaat het om artikel 3.87b, 3.87c, 4.160b en 4.160a. Bij nieuwbouw is het realiseren van laadvoorzieningen, voorbekabeling en leidingdoorvoeren al verplicht bij meer dan 3 parkeerplaatsen voor woongebouwen, en 5 voor utiliteitsbouw. Nieuw is dat er leidingdoorvoeren voor laadpunten verplicht zijn ten behoeve van elektrisch ondersteunde fietsen, bromfietsen, speedpedelecs en vergelijkbare voertuigen. Daarnaast moeten bestaande utiliteitsgebouwen met meer dan 20 parkeervakken nu minimaal één slim laadpunt krijgen.
Strengere regels rondom het energielabel
Ook rondom het energielabel van gebouwen worden nieuwe eisen gesteld, die terug te vinden zijn in afdeling 6.4. Een van de wijzigingen is dat de eigenaar na een ingrijpende renovatie verplicht een vernieuwd en geldig energielabel moet bezitten. Deze moet beschikbaar worden gesteld aan de huurder wanneer de huurovereenkomst wordt verlengd. Daarnaast moeten gebouwen die eigendom zijn van, of worden verhuurd aan een overheidsinstantie, een geldig energielabel hebben. Voor monumenten geldt geen vrijstelling meer van de energielabelplicht vanaf mei 2026. Ook voor deze gebouwen moet bij verkoop of verhuur een energielabel ter beschikking worden gesteld. De aanpassingen hebben daarnaast ook betrekking op de inhoudelijke eisen aan het energielabel en op de verplichting tot het aanbrengen/zichtbaar maken van het energielabel in het gebouw.
Conclusie
De invoering van EPBD-IV in Nederland gaat verder dan het simpelweg aanscherpen van oude BENG-eisen. De wetswijzigingen in het Bbl en de vernieuwde NTA 8800 bepalingsmethode vragen om een integrale visie, waarbij werkelijk energiegebruik en milieu-impact (CO2) onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Deze regels (vanaf 2026) vormen de essentiële tussenstap naar de uiteindelijke “Zero Emission Building”-norm die in 2030 voor alle nieuwbouw gaat gelden. Deze stappen en wetswijzigingen zijn dus cruciaal om aan deze nieuwe normen te voldoen.
