Wat is het verschil tussen LTA en G-waarde?
In dit artikel leggen we uit wat de lichttoetredingsfactor (LTA) en de zontoetredingsfactor (G-waarde) zijn. Daarnaast wordt de relatie tussen de twee besproken maar ook de rol die ze spelen binnen de BENG berekening en de daglichtberekening.
G-waarde
De G-waarde is een eigenschap van glas dat aangeeft hoeveel zonne-energie het materiaal doorlaat. Deze eigenschap wordt aangegeven met een getal tussen 0 en 1 of met een percentage tussen 0 en 100%. Voorheen was dit de ZTA-waarde, de Nederlandse norm, die ging over een lichtinval van 45%. De G-waarde is de Europese norm (EN 410) en meet de loodrechte inval op het glas. Een G-waarde van hetzelfde glas zal altijd hoger zijn dan de ZTA-waarde, omdat lichtinval loodrecht op het glas minder reflectie geeft dan schuin invallend licht. Een hoge G-waarde geeft aan dat het glas veel zonne-energie doorlaat en een lage G-waarde houdt juist veel zonne-energie tegen.
In de winter is het gunstig als de G-waarde hoog is. Omdat deze dan veel warmte doorlaat, hoeft er minder gebruik te worden gemaakt van de verwarming. Echter, in de zomer is een lage G-waarde gunstig, zodat de woning koel blijft. In dat geval hoeft er minder zonwering toegepast te worden, wat veel geld kan besparen.
Lichttoetredingsfactor (LTA)
De lichttoetredingsfactor is een eigenschap van een raam dat aangeeft hoeveel licht het doorlaat. Waar de G-warmte vooral gaat over warmte en relevant is voor de BENG gaat de LTA over zichtbaar licht en deze is relevant voor zowel de daglichtberekening als de daglichtfactor berekening.
De LTA werkt voor de rest zo goed als hetzelfde als de G-waarde. De LTA wordt ook aangegeven met een getal tussen 0 en 1 of een percentage tussen 0 en 100%. Wanneer de LTA hoog is wordt er veel licht doorgelaten terwijl met een lage LTA juist veel licht wordt tegengehouden.
Is er een relatie tussen de LTA en G-waarde?
Zowel de G-waarde als de LTA hangt af van het type glas, zoals te zien in de tabel hieronder. Deze twee factoren hangen sterk van elkaar af. Wanneer een type een lage G-waarde heeft, heeft het ook een lage LTA waarde en andersom.
Wat het lastig maakt is dat het voor de BENG gunstig is om een relatief lage G-waarde te hebben, wat een lage LTA waarde met zich meebrengt. Terwijl de daglichtberekening of daglichtfactor berekening een hoge LTA vraagt die gepaard gaat met een hoge G-waarde. Het is de vraag per woning in welk type raam de juiste balans ligt voor de twee factoren.
Tabel 1. G-waarde en LTA voor verschillende type glas
| Type | G-waarde | LTA |
|---|---|---|
| Enkel glas | 0,85 | 0,90 |
| Enkel glas met voorzetraam | 0,75 | 0,80 |
| Dubbel glas | 0,75 | 0,80 |
| HR++ | 0,60 | 0,70 |
| Drievoudig glas | 0,50 | 0,60 |
Conclusie
Zo kan er geconcludeerd worden dat het belangrijk is om te kijken naar zowel de daglichtberekening als de BENG wanneer een glastype wordt gekozen. Dit omdat de aparte berekeningen beter presteren met andere waardes. Het is daarom van belang om te kiezen voor een glastype waarbij beide berekeningen voldoen.


