MPG berekening uitgelegd: alles wat je moet weten over de milieuprestaties van gebouwen
Introductie
De bouwsector staat voor grote uitdagingen op het gebied van klimaatverandering, schaarse grondstoffen en steeds strengere duurzaamheidseisen. Een van de belangrijkste instrumenten hierin is de Milieuprestatie Gebouwen (MPG). Maar wat houdt dit precies in, hoe houd je er rekening mee in het ontwerp en wat zijn de huidige eisen? In dit artikel zetten we alles op een rij.
Wat is de MPG berekening?
De MPG berekening wordt gebruikt als maatstaf voor de milieubelasting van alle materialen in een gebouw in de hele levenscyclus. Dit wordt uitgedrukt in ‘schaduwkosten’ per vierkante meter bruto vloeroppervlakte per jaar (€/m²/jaar). Hoe lager de uitkomst van de MPG, hoe beter het ontwerp scoort op milieuprestaties. Zowel materialen als installaties hebben invloed op het resultaat van de MPG berekening. Fundering, gevels en vloeren leveren de grootste bijdrage aan de MPG wat betreft materialen. Samen met de installaties is dat vaak 60% tot 80% van de totale MPG.
De MPG berekening is verplicht voor nieuwbouwwoningen en utiliteits- en kantoorgebouwen. Bij nieuwbouwwoningen is de berekening altijd verplicht en voor kantoorgebouwen bij een gebruiksoppervlakte van 100 m2 of groter. De milieuprestatie van een gebouw wordt berekend volgens de bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen (MPG), op basis van data uit de Nationale Milieudatabase (NMD). Sinds juli 2021 is een MPG-score van 0,8 voor woningen en voor kantoren van 1,0 of kleiner verplicht bij een aanvraag van een omgevingsvergunning. De eisen voor de milieuprestaties van gebouwen worden medio 2026 weer aangescherpt, dus moeten er bij nieuwbouw constant aanpassingen worden gedaan om te blijven voldoen aan de MPG-eis.
Hoe wordt de MPG-score berekend?
De MPG-berekening (MilieuPrestatie Gebouwen) bepaalt de milieubelasting van een gebouw op basis van een levenscyclusanalyse (LCA) van alle toegepaste materialen en installaties. Hierbij worden materialen beoordeeld vanaf de winning van grondstoffen tot productie, transport, onderhoud, vervanging en uiteindelijk sloop of recycling. Alle milieueffecten worden omgerekend naar één uniforme milieuscore: de zogenaamde schaduwprijs, uitgedrukt in €/m² BVO per jaar. Door deze methode kunnen verschillende materialen en grondstoffen met elkaar worden vergeleken binnen de totale milieuprestatie.
Binnen de MPG-berekening worden de resultaten inzichtelijk gemaakt via MPG-kengetallen en milieueffecten per gebouwonderdeel, zoals gevels, vloeren, installaties en draagconstructies. Hierdoor wordt zichtbaar welke onderdelen of materialen de grootste bijdrage leveren aan de milieuscore. De onderliggende milieudata is afkomstig uit de Nationale Milieudatabase (NMD). De milieueffecten van materialen worden in de database uitgesplitst naar afzonderlijke impactcategorieën. Tot nu toe werd gewerkt volgens de A1-methodiek met 11 milieu-impactcategorieën. Vanaf 2026 wordt overgestapt op de Europese norm EN 15804+A2, waarbij de berekening wordt uitgebreid naar 19 impactcategorieën. Hierdoor worden milieueffecten zoals klimaatverandering, verzuring, vermesting, toxiciteit, grondstoffengebruik en waterverbruik uitgebreider en nauwkeuriger meegenomen in de beoordeling. Door de overstap naar de nieuwe A2-methodiek kan hetzelfde ontwerp een andere MPG-score krijgen dan met de voorgaande methodiek. Zoals eerder benoemd, worden de MPG-eisen daarom aangescherpt.
Wat is de invloed van het ontwerp op de MPG?
Diverse ontwerpkeuzes hebben een bepaald effect op de MPG berekening. Allereerst is de keuze van materialen van belang. De meeste ecologische materialen scoren bijvoorbeeld goed op een lage milieu-impact. Een houten constructie zorgt bijvoorbeeld voor een lagere milieubelasting dan staal of beton, en biobased isolatie of gerecyclede materialen hebben eveneens een lage impact.
Zoals hierboven beschreven, zorgen fundering, gevels, vloeren en installaties samen voor 60-80% van de totale MPG. Door compact te bouwen kan dit percentage omlaag worden gehaald en daarmee de hoogte van de MPG.
Als laatste kan de impact van installaties laag gehouden worden door zo passief en energieneutraal mogelijk te bouwen. Installaties zoals warmtepompen en pv-panelen hebben namelijk een positieve invloed op de BENG-berekening, maar een negatieve invloed op de MPG-berekening. Dat komt doordat de berekening gaat over de totale levensduur. Een constructie gaat vaak de volle levensduur van een gebouw mee, maar installaties moeten gedurende die tijd meerdere keren worden vervangen.
Wat is de relatie van de MPG-berekening tot de BENG-berekening?
De BENG- en MPG-berekening kunnen elkaar soms tegenwerken, wat het ontwerpen van een gebouw lastiger maakt. Niet alleen installaties, maar ook extra isolatie of triple-glas, dragen bij aan een energie-efficiënter ontwerp. Echter dragen deze (extra) materialen bij aan een hogere MPG-score. Om de effecten van ontwerpkeuzes met beide berekeningen inzichtelijk te maken, wordt gewerkt aan een gecombineerde bepalingsmethode: de Whole-Life Cycle Global Warming Potential (WLC-GWP). Het wordt verplicht om de totale emissies van broeikasgassen van nieuwe gebouwen te berekenen over de volledige levenscyclus over een levensduur van 50 jaar. Vanaf 2028 moet deze methode verplicht gebruikt worden in nieuwbouwprojecten groter dan 1000 m2 BVO en vanaf 2030 bij alle nieuwbouwprojecten.
Afbeelding 1: Overzicht van MPG, BENG en WLC-GWP binnen de levenscyclus van een gebouw.
Conclusie
De MPG-berekening is onmisbaar om inzicht te krijgen in de milieu-impact van nieuwbouw in Nederland. De berekening wordt continu uitgebreid, waardoor eisen worden aangescherpt en ontwerpkeuzes moeten worden aangepast. Over een aantal jaar wordt een nieuwe bepalingsmethode gebruikt die zowel de MPG-berekening als de BENG meeneemt, om zo een compleet kengetal te krijgen met de totale milieu-impact. Op deze manier kunnen projecten en hun prestaties makkelijker vergeleken worden, om zo te werken naar een toekomst met een duurzame gebouwde leefomgeving.

