De nieuwe MPG demarcatieregels sinds 1 juli 2026: welke onderdelen tellen wel en niet mee?

Auteurs: Ing. Naomi de Bruijn, Loreen de Ruiter Verwachte leestijd: 8 minuten Geplaatst op: oktober 6, 2026

Introductie

De nieuwe demarcatieregels voor de MPG-berekening zorgen in de praktijk voor veel vragen over welke gebouwonderdelen wel of niet moeten worden meegenomen. Dit artikel legt aan de hand van praktijkvoorbeelden de belangrijkste uitgangspunten en wetgeving uit, zodat adviseurs, aannemers, kwaliteitsborgers (wkb-ers) en opdrachtgevers sneller de juiste keuzes kunnen maken. Sinds 1 juli 2026 gelden er ingrijpende wijzigingen onder het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Omgevingsregeling (Or). De berekeningen zijn vanaf deze datum verplicht overgegaan op de herziene Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken (versie 2.0), die gebaseerd is op de Europese EN 15804+A2 weegset. Lees hier alles over de werking van de MPG-berekening. 

Welke demarcatieregels zijn sinds 1 juli 2026 veranderd?

De nieuwe wet- en regelgeving vanaf 1 juli 2026 betekent nieuwe grenswaarden per gebruiksfunctie en een nieuwe bepalingsmethode. Bij de herziene bepalingsmethode wordt er niet meer gerekend met 11 milieucategorieën zoals in weegset A1, maar met 19 (weegset A2). Categorieën zoals fijnstofvorming, waterschaarste en landgebruik zijn hierbij toegevoegd. Deze uitbreiding leidde tot ongeveer een verdubbeling van de score.

De nieuwe grenswaarden per gebruiksfuncties gelden volgens artikel 4.159. Voor woonfuncties geldt een milieuprestatie-eis van maximaal 1,60 €/m² BVO/jaar (voorheen 0,8) en voor kantoorfuncties geldt 1,55 €/m² BVO/jaar (voorheen 1,0). Door de nieuwe bepalingsmethode is de norm verdubbeld, wat voor woonfuncties betekent dat er geen aanscherping plaatsvindt. Voor kantoren geldt echter wel een kleine aanscherping. Daarnaast is de MPG nu niet beperkt tot woon- en kantoorfuncties. Ook scholen, winkels, zorginstellingen en bedrijfshallen worden nu meegewogen en zijn vastgesteld op 1,85 €/m² BVO/jaar. Voor overige gebruiksfuncties geldt een eis van 1,80 €/m² BVO/jaar. 

Er gelden een aantal uitzonderingen en sommige functies krijgen een soepelere MPG-eis. Woonfuncties in een woongebouw kleiner dan 60 m² GO en overige woningen kleiner dan 80 m² GO krijgen een versoepeling zodat ze niet onevenredig worden belast. Kantoorfuncties met een ongunstige compactheid krijgen eveneens een soepelere eis. Voor industriefuncties en overige gebruiksfuncties kleiner dan 50 m² GO geldt een vrijstelling.  Voor meer informatie over de aanscherping van de MPG-eis van 2026, lees dit artikel.

Welke onderdelen horen wel en niet bij de MPG-berekening?

Voor de MPG-berekening geldt dat bepaalde gebouwonderdelen wel worden meegenomen en anderen niet. Hiervoor geldt een praktische vuistregel: alles wat aard- en nagelvast onderdeel uitmaakt van het gebouw en onder de vastgestelde bouwdelen van de bepalingsmethode valt, wordt meegenomen in de MPG. In tabel 1 en 2 wordt met voorbeelden toegelicht welke onderdelen dit zijn. 

Tabel 1: Onderdelen die wel worden meegenomen in de MPG

OnderdeelVoorbeelden
Funderingen en ruwbouwHeipalen, funderingsbalken, dragende constructie, vloeren
Afbouw (de schil)Gevels, daken, isolatie, dakbedekking, kozijnen, buitendeuren, ramen, gevelbekleding, zonwering*
InbouwBinnenwanden (dragend en niet-dragend), deuren, trappen, plafonds, wandtegels om aan de waterdichtheid eis te voldoen
Vaste installatiesVerwarming (incl. warmtepompen en vloerverwarming), koeling, ventilatie, warmtapwaterinstallatie, elektrische installaties, luchtkanalen, leidingen, lift
ZonnepanelenDe panelen die specifiek nodig zijn om te voldoen aan de gebouwgebonden energiebehoefte (netstroom) volgens de BENG-eisen uit het Bbl
Bergingen en buitenruimtenAangrenzende bergingen (niet voor parkeren), balkons, dakterrassen, overdekte terrassen die structureel deel uitmaken van het gebouw
Infrastructuur buiten de gebouwschilWerken, kabels of leidingen (bijv. bij externe warmtelevering) buiten het gebouw (categorie 3a energiedragers)

*wanneer deze wordt gebruikt om aan de energieprestatie-eis(en) rond oververhitting te voldoen

Tabel 2: Onderdelen die niet hoeven worden meegenomen in de MPG

OnderdeelVoorbeelden
Losse inboedel en inrichtingMeubels, keukens, losse verlichtingsarmaturen, verplaatsbare apparatuur
Interieurafwerking/aankledingBehang, gordijnen, tapijt, wandtegels (decoratief), losse vloerbedekking
SysteemplafondsValt onder aankleding (tenzij ze nodig zijn om te voldoen aan akoestische, brandveiligheid of interne warmtecapaciteit eisen volgens Bbl)
Terrein en tuinBestrating, tuinen, erfafscheidingen
Losstaande bijgebouwenSchuren, bergingen, tuinhuisjes**
Tijdelijke voorzieningenBouwplaatsvoorzieningen

** Omdat het gaat om losstaande gebouwen geldt een overige gebruiksfunctie. Bij een overige gebruiksfunctie kleiner dan 50 m² geldt een vrijstelling van de MPG-eis.

Praktijkvoorbeelden

Verschillende praktijkvoorbeelden laten zien hoe het bewust omgaan met materiaalkeuzes de MPG-berekening kan beïnvloeden. Let op: deze voorbeelden zijn met de oude bepalingsmethode berekend. Doordat de normen relatief zijn aangepast aan de nieuwe impactcategorieën verandert er aan de resultaten echter niets. De aanpassingen zouden met de nieuwe weegset eveneens voldoen. 

Het eerste voorbeeld is berekend voor een vrijstaande woning van 165 m2 BVO. De belangrijkste materialen zijn kalkzandsteen, kanaalplaat beton, PIR 120 mm, minerale wol 100 mm en HR++ glas met kunststof kozijnen. Uit de berekening volgt een MPG-score van 0,73 en de norm was destijd 0,8. Omdat de score binnen de norm past, zijn geen aanpassingen vereist. 

Een ander voorbeeld gaat om een kantoorpand van 650 m2 BVO. De constructie is volledig gemaakt van staal en beton, aluminium kozijnen en dakisolatie met EPS. De MPG-score kwam uit op 1,11 terwijl de norm voor kantoorpanden 1,0 was. De aluminium kozijnen zijn vervangen door houten kozijnen, de EPS isolatie door minerale wol, en de betonvloer is vervangen door een kanaalplaatvloer. De nieuwe MPG-score was 0,94 en voldeed dus wel aan de norm.

De MPG-score maakt dus snel inzichtelijk wat de milieueffecten van een ontwerp zijn en kan als advies fungeren voor keuzes in materialen. Zie deze pagina voor meer inspirerende praktijkvoorbeelden.

Conclusie en advies

De herziene bepalingsmethode en de bijbehorende nieuwe MPG-grenswaarden die sinds 1 juli 2026 gelden, eisen een scherpe blik op ontwerpkeuzes. Door de uitbreiding van de rekenmethode van 11 naar 19 milieucategorieën én meer gebruiksfuncties die onder de eis vallen, zijn juiste materiaalkeuzes van belang om een gebouw te ontwerpen die voldoet aan de eisen van het Bbl. Door minder belastende materialen te kiezen, de installatie van PV panelen te optimaliseren en vanaf het begin een bouwkundig adviseur mee te laten kijken, kunt u veel kosten en onnodige aanpassingen in het ontwerp besparen. Binnen HBA denken we in de schetsfase direct met u mee over zowel BENG als MPG. Zo bent u verzekerd van een efficiënte ontwerpfase en een toekomstbestendig gebouw.

Geupdate op: oktober 6, 2026