Implementeren van een Ventilatieberekening

Het implementeren van een ventilatieberekening kent een belangrijke vertaalslag naar de praktijk, maar hoe zorgt u ervoor dat dit goed wordt uitgevoerd door de aannemer en de installateur?

De volgende vragen worden in dit artikel beantwoord:

Hoe lees ik een ventilatieberekening?

Voordat we beginnen is het goed om te weten dat een ventilatieberekening op verschillende manieren kan worden opgesteld.

In essentie moet de som van de toevoer gelijk zijn aan de som van de afvoer, ofwel: Σtoevoer = Σafvoer.

 Ventilatieberekening Σtoevoer = Σafvoer.

Waarborgen van de kwaliteit in de uitvoering

Om kwaliteit te waarborgen, hebben wij een aantal richtlijnen opgesteld die u kunnen helpen bij een goede uitvoering.

Belangrijk: neem geluidseisen op bij het verstrekken van de opdracht naar een uitvoerder of installateur!

Richtlijnen geluidseisen ventilatie in NR (Noise Rating level):

  • Maximaal NR25 voor geluid in de slaapkamer.
  • Maximaal NR30 voor geluid in de overige verblijfsgebieden.

Capaciteit afvoerpunten (L/s)

Per ventiel is het gebruikelijk om niet meer dan 21 L/s af te voeren. Over het algemeen wordt dit gezien als een veilige waarde. Deze waarden kunnen echter verschillen per fabrikant.

Capaciteit toevoerpunten mechanische ventilatie (L/s)

Per ventiel is het gebruikelijk om niet meer dan 14 L/s toe te voeren in een ruimte.

Ook hier geldt dat dit kan verschillen per fabrikant.

Overstroom onder de deur

Vaak vindt de overstroom of doorstroming van de ventilatie in uw woning plaats door een kleine spleetvormige opening onder de deuren.

Bijvoorbeeld: natuurlijke ventilatie komt de woonkamer binnen, stroomt over naar de entree en wordt deels afgevoerd in de toiletruimte.

Om te zorgen dat het ontworpen ventilatiesysteem goed functioneert, is het belangrijk dat de openingen onder de deuren de juiste hoogte hebben.

Deze hoogte kan berekend worden met de formule Qv = A x v.

Waarbij:
Qv het debiet.

A de oppervlakte van de opening.

v de stroomsnelheid van de lucht.

De NPR1088 geeft aan dat de luchtsnelheid onder de deur maximaal 8,3 dm/s mag zijn. Dit betekent:

1 L/s = A x 8,3 dm/s

Hieruit volgt:

A = 0,120 dm2 = 1200 mm2

Voor 1 L/s overstroom met een snelheid van 0,83 m/s is er een oppervlakte van 1200 mm2 nodig.

Om dit goed te kunnen berekenen heeft u ook de dagmaat (breedte) van de deur nodig. Standaard zal dit rond de 850 mm liggen.

Onderstaand is een overzicht gegeven met debieten en benodigde hoogten van verschillende spleetvormige openingen met een dagmaat van 850 mm.

7,0 L/s overstroom = 9,80 mm

14 L/s overstroom = 19,76 mm

21 L/s overstroom = 29,60 mm

Het is dus van belang dat de uitvoerende partij hier goed rekening mee houdt, omdat te kleine spleethoogten zorgen voor een te hoge stroomsnelheid of het ventilatiesysteem kunnen belemmeren. Verder kunnen te grote spleethoogten onnodige tocht veroorzaken.

Uiteraard kunnen wij dit per deur voor u berekenen.

Conclusie

Een goede ventilatieberekening resulteert niet vanzelfsprekend in een goede uitvoering.

Let dus goed op de volgende zaken bij de uitvoering:

  • Zorg dat de installateur altijd de veilige waarde van zijn systeem hanteert.
  • Stel geluidseisen bij het verstrekken van de opdracht.
  • Zorg dat er rekening wordt gehouden met een juiste spleethoogte in de uitvoering.

Op deze manier draagt iedereen zorg en wordt de hoogste kwaliteit gewaarborgd.

Afmetingen en locaties ventilatieroosters bepalen

Bij natuurlijke ventilatie heeft u ventilatieroosters nodig.  

Afmetingen ventilatieroosters bepalen

Een verblijfsruimte heeft een minimale toevoer van verse lucht nodig. Deze minimale toevoer vindt u in de ventilatieberekening. Zie onderstaand voorbeeld:

Minimale toevoer Ventilatieberekening

In dit geval is er een natuurlijke toevoer van 14,00 L/s nodig in de woonkamer. De ventilatieroosters in de woonkamer moeten dus gezamenlijk voor deze toevoer zorgen.

Fabrikanten van ventilatieroosters geven altijd aan hoeveel m1 er van hun product nodig is om een bepaald aantal L/s toe te voeren.

TypeVerschillende ventilatieroosters Ventilatiecapaciteit bij 1 Pa per m1 in L/s
1Ducoline 10 ZR*10,7
2Ducoline 17 ZR*17,4
3Ducoline 23 ZR*22,6
4Ducotop 50 ZR*14,8
5Ducofit 50 ZR*18,3

* Controleer altijd of de ventilatiecapaciteit bij 1 Pa per m1 overeenkomt met het gekozen product.

In ons voorbeeld heeft verblijfsgebied 1 (VR1: woonkamer) 14,00 L/s aan natuurlijke toevoer nodig. Onderstaand vindt u per type ventilatierooster de afmeting in m1:

VRBenodigde Toevoer in l/sType 1Type 2Type 3Type 4Type 5
VR114,001,31 m10,80 m10,62 m10,95 m10,77 m1

Voor andere typen is dit ook zelf eenvoudig te berekenen:

Lengte roosters = (benodigde debiet verblijfsruimte in L/s)/ (het aantal L/s per m1 van het toe te passen product)

In ons voorbeeld:

Het benodigde debiet in de verblijfsruimte betreft 14,00 L/s.

Het aantal L/s per m1 van het toe te passen product is gelijk aan 10,0 L/s per m1 (hier is gekozen voor ventilatierooster type 1: Ducoline 10 ZR)

Hieruit volgt:
Lengte roosters (type 1) = 14,00/10,00 = 1,40 m1

Locatie van de ventilatieroosters bepalen

Een instroomopening en een uitmonding van een voorziening voor luchtverversing liggen op een afstand van ten minste 2 meter van de perceelsgrens, loodrecht gemeten op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie. Dit geldt niet voor een instroomopening of uitmonding gelegen in een dak. Indien het perceel waarop de gebruiksfunctie ligt aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen grenst, wordt de afstand tot het hart van de weg, het water of het groen aangehouden.

Het Stroomschema

In een stroomschema vind je de toevoer, afvoer en overstromen van de ventilatiebalans.

Stroomschema ventilatie - Ventilatieberekening

Een stroomschema is niet wettelijk verplicht. Wel kunt u ervoor kiezen om voor meerprijs een stroomschema op te laten stellen. Op deze manier heeft u meer controle over het ontwerp en kunt u uw wensen goed communiceren naar de uitvoerende partij of installateur.

Hoe om te gaan met een ruimte met een wasmachine of droger?

Voor ruimten met een opstelplaats voor een wasmachine of droger hanteren wij de volgende vuistregels:

Oppervlakte RuimteAdvies
0- 2,5 m2 Minimaal 7,0 l/s afvoeren
> 2,5 m2Minimaal 14,0 l/s afvoeren

Dit zijn geen verplichte eisen uit het bouwbesluit, maar zorgen voor een beter en comfortabeler binnenklimaat.